Terwijl retailers korting jagen, bewaken haute couture huizen hun erfgoed
De soldes d’été 2026 beginnen deze week in Frankrijk, en het contrast tussen echte haute couture en toegankelijke luxe is nog nooit zo scherp geweest. Waar premiummerken zich haasten om voorraad te lossen vanwege stijgende opslagkosten, versterken maisons als Hermès en Chanel juist hun strategie van schaarste en exclusiviteit.
Als journalist die zich al jaren verdiept in de provenance van mode, vind ik dit moment fascinerend. De solden zijn niet langer alleen een shoppingfeest—het is een financiële operatie geworden waarbij retailers letterlijk ruimte en cashflow vrijmaken.
Franse e-commerceplatforms benadrukken dat magazijnruimte “een luxe” is geworden. Merken die tussen premium en toegankelijk opereren, voelen de druk om agressief te korting geven op seizoenscollecties.
Maar de ware luxehuizen spelen dit spel niet mee. Zoals recentelijk geanalyseerd, beschermen huizen als Hermès, Chanel en vergelijkbare maisons hun imago door zeldzaamheid en strikte controle—niet door volumeverkoop met kortingen.
Waar vind je dan wel luxe in de solden? Warenhuizen zoals Printemps en Galeries Lafayette, en outlet villages zoals La Vallée Village. Hier zie je ready-to-wear, schoenen en accessoires van vorige seizoenen—nooit de iconische tassen of haute couture stukken die bedoeld zijn om te archiveren, niet te liquideren.
Mijn advies: gebruik de solden slim. Zoek naar vakmanschap en tijdloze snit bij diffusielijnen en designer RTW. Maar verwacht geen kortingen op stukken met echte erfgoedwaarde—die behoren tot een andere economie, een van verhaal en savoir-faire, niet van markdown percentages.
De solden tonen ons wat luxe werkelijk betekent: niet wat in de uitverkoop gaat, maar wat dat nooit doet. Dat onderscheid is de essentie van haute couture.


